Deel I: Zelfreflectie van Pim

‘Ik heb het gevoel dat ik mensen niet mee krijg op mijn werk, ik heb geen contact met ze en altijd het idee dat ik ver voor de troepen uitloop. Dat irriteert me en maakt me ongeduldig.’ Pim, een man van 38 jaar komt bij me met deze onderzoeksvraag.  ‘En ik kan er slecht tegen als mensen hun werk niet goed doen.’ Pim wil het graag anders doen, maar weet (nog) niet hoe. Nieuwsgierig? Lees hier verder.

Pim is resultaat gedreven, een snelle denker en ook wat ongeduldig. Hij heeft altijd haast en kan soms moeilijk zijn geduld bewaren. (Meer managers die ik zie ik mijn praktijk hebben dat…) Op momenten dat Pim zijn geduld kwijt raakt wordt hij een ‘vervelende vent’, zegt hij zelf. Tegen wie dat ook is – leidinggevenden of medewerkers – reageert Pim onaangenaam. Zijn ongeduld en onmacht kan hij dan maar slecht doseren; schiet ergens in waar hij geen controle over heeft.

 
Waarom heb je altijd haast? Waar komt die haast vandaan?

In ons eerste gesprek vraag ik hem waar het ongeduld vandaan komt; de haast die hij altijd heeft. Een antwoord hierop heeft Pim niet. Ik vraag hem of hij dat altijd al gehad heeft, haast. Zelfreflectie is immers de weg naar meer inzicht in onbewust gedrag.

Pim vertelt over vroeger; dat hij nooit op zijn ouders kon bouwen. Zijn was altijd aan het werk zijn moeder was ernstig ziek; beide ouders konden er niet voor hem zijn. Thuis was Pim de oudste en hij moest het goede voorbeeld geven aan zijn broertjes en zusje. Het goede voorbeeld ZIJN. Maar Pim was ook een kind, een kind dat wilde voetballen net als zijn leeftijdgenoten.

Het liefst bracht hij zijn broertjes en zusje bij wat hij allemaal alleen moest doen, dan kon hij gaan voetballen. Maar dat kost me nog méér tijd, dacht Pim. Dus doet hij het zelf maar. Dan is hij sneller klaar en kan hij fijn gaan voetballen.

De dynamiek van altijd haast hebben komt voort uit die situaties van vroeger. Vroeger ging Pim op die manier met de situatie en zijn verantwoordelijkheid in zijn leven om. Daardoor kon hij sneller gaan voetballen.
Nu is hij volwassen en vraagt nog steeds niet ‘Hoe zou jij het doen?’ Daarmee zou hij meer ruimte laten voor de ander om in beweging te komen, dat weet Pim ook wel. Het zou hem veel opleveren… Maar Pim opereert – onbewust – vanuit de dynamiek van toen, nog altijd bang dat het hem te veel tijd kost. Dus doet hij het zelf maar en loopt steeds ver voor de troepen uit.

Maar het ongenoegen blijft, dat blijkt in de gesprekken die we samen voeren. Ik vraag hem of hij een connectie ziet tussen de momenten dat hij zijn geduld verliest en zijn collega’s een veeg uit de pan geeft en de momenten dat hij vroeger zo baalde dat hij het ‘werk’ van zijn ouders moest doen: ‘Jullie hebben slecht werk geleverd waardoor ik nu dingen moet doen die jullie moeten doen!’

In de ruimte waar we zitten wordt het stil, heel stil. Ik zie zijn gezicht verstarren, zie dat het hem raakt. Woorden schieten even tekort.
Pim herkent het. Hij wil dit helemaal niet. Hij wil zijn pijn van vroeger niet projecteren op zijn collega’s. Pim heeft net zicht gekregen op een diepgeworteld en onbewust patroon. Zo werkt zelfreflectie.

Het loont de moeite stil te staan bij vervelende situaties die zich bij herhaling voordoen in je dagelijkse leven. Hierdoor leer je anders kijken, meer te zien. Wil je weten hoe het verder gaat met Pim in de stappen die we volgen uit de Circle of Change? Lees dan mijn volgende blog in juli, deze verschijnt op de eerste woensdag van de maand.